Dokters van de Wereld strijdt tegen honger in Kenia

Vanuit Nairobi, de groene hoofdstad van Kenia, is het moeilijk in te beelden dat er nauwelijks 500 km verderop een voedselcrisis heerst. Extreme droogte heeft er de landbouw en voedselproductie gehalveerd. Mensen lijden honger. In Isiolo, het hart van Kenia, lijdt bijna 20% aan acute ondervoeding en zijn er veel minder hulpverleners aanwezig dan op andere plekken in het land. Daarom startte Dokters van de Wereld op deze plek een noodprogramma.

Families op de vlucht
“De droogte die we nu zien is de ergste sinds 45 jaar. De regens van afgelopen winter bleven uit. Die van de lente opnieuw. We hebben een paar weken regen gehad maar dat is niet genoeg,” zegt Dr. Lucy Obolensky, medisch coördinator van Dokters van de Wereld in Kenia.In heel Kenia lijden in totaal zo’n 2,6 miljoen mensen onder de voedselschaarste. De droogte heeft niet alleen de veestapel uitgedund, maar leidt ook tot verhoogde spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen. Gevolg: families slaan op de vlucht voor de droogte, de voedselschaarste en/of het geweld. De veiligheid van vrouwen en kinderen komt hierdoor steeds meer in het gedrang.

Gras, een schaars goedje
“Door de droogte moeten we steeds verder naar het zuiden trekken. Steeds verder van onze geboortestreek, om nog graslanden te vinden voor onze geiten,” vertelt Asya, die van Dokters van de Wereld voedselsupplementen en vitamine A voor haar drie zonen ontving. “Mijn man is noodgedwongen vaak dagen weg met onze dieren om ze te laten grazen. We kunnen nog net overleven met het voedsel dat we hebben, maar ik maak me grote zorgen over de toekomst. We kunnen niet blijven vluchten.” Het voedseltekort gaat ook steevast gepaard met het uitbreken van cholera, levensbedreigende buikloop en mazelen. Naar schatting hebben 2,9 miljoen Kenianen dringend medische hulp nodig en is er een schrijnend tekort aan eerstelijnshulp in de afgelegen en landelijke gemeenschappen.

Preventieprogramma’s en eerste hulp
Het is net in die gesoleerde dorpen, in de Isiolo-regio, dat Dokters van de Wereld te hulp schiet. De medische teams van Dokters van de Wereld bezoeken er wekelijks de verschillende nederzettingen van de dorpen Ngaredare and Gotu. Tussen de verschillende dorpen, meestal tijdelijke kampen van nomadische herders, is het vaak een uur rijden met een terreinwagen over zeer ruw terrein. “In de dorpen die we bezoeken, zien en behandelen we gevallen van ondervoeding. Maar daarnaast is het belangrijk dat we nu voorkomen dat kinderen niet acuut ondervoed raken,” zegt Dr. Lucy Obolensky. “Daarom zijn we nu bezig met preventieprogramma’s, vooral voor  kinderen en zwangere vrouwen.  Daarnaast doen we aan eerste hulp, want de droogte leidt ook tot andere fysieke kwalen die verzorgd moeten worden.”

Vitaminesupplementen en medicijnen
Het mobiele team van Dokters van de Wereld probeert zoveel mogelijk dorpen te bezoeken om kinderen te onderzoeken op ondervoeding. En waar nodig een behandeling te starten. Alle onderzochte kinderen krijgen vitaminesupplementen en medicijnen tegen lichaamswormen mee. Daarnaast bieden ze ook eerstelijnshulp aan mensen die vaak dagen moet lopen voordat ze in een medisch centrum terecht kunnen.

In een van de nederzettingen van Ngaredare bevindt zich de enige lagere school van het uitgestrekte gebied. De school werd 12 jaar geleden opgericht door Emma, een Engelse wetenschapster en Lekhison, haar Keniaanse man die uit de lokale gemeenschap komt. Ze geven er beiden les aan een dertigtal kinderen. Voor het Médecins du monde-team een ideale plek om de kinderen te kunnen onderzoeken op ondervoeding. Dankzij de goede zorgen van Emma en Lekhison, die de kinderen zelf te eten geven ’s middags, blijft het aantal ondervoede kinderen beperkt.

“Vergis je niet. De mensen kunnen vandaag nog net overleven dankzij de weinige regen die gevallen is. Maar vanaf augustus, wanneer de laatste rivier uitgedroogd zal zijn, verwacht ik dramatische taferelen,” benadrukt Emma. “Ik hou mijn hart vast voor de kinderen. Velen zullen waarschijnlijk vluchten, anderen zullen honger lijden. Onze eigen veestapel zal het waarschijnlijk ook niet overleven. De kans is groot dat we onze school na 12 jaar moeten sluiten. En ik weet niet of ik daarna nog de moed en kracht heb om de school weer te openen.”