Vandaag heeft de Raad van de EU de nieuwe Terugkeerverordening formeel aangenomen. Daarmee is de wet definitief, ondanks breed maatschappelijk verzet. Wij maken ons grote zorgen over de gevolgen voor de fysieke en mentale gezondheid van mensen op de vlucht. Zo kunnen mensen zonder verblijfsvergunning opgespoord en uitgezet worden na een ziekenhuisbezoek en zorgverleners kunnen onder druk komen te staan om hieraan mee te werken. Nu de wet er is, ligt de verantwoordelijkheid bij de lidstaten, ook bij Nederland, om de toegang tot zorg te beschermen. Zij bepalen hoe de wet in de praktijk uitpakt.
Wat verandert er?
De verordening maakt het mogelijk om zogeheten terugkeerhubs op te zetten in landen buiten de EU. Detentie wordt uitgebreid en gezinnen met kinderen kunnen tot wel 30 maanden worden vastgezet, er komen strengere verplichtingen om mee te werken aan terugkeer, en autoriteiten krijgen nieuwe opsporingsbevoegdheden. Zo mogen zij personen, elektronische apparaten, woningen en andere plekken doorzoeken, zoals opvanglocaties, ziekenhuizen en werkplekken.
Deze maatregelen staan op gespannen voet met grondrechten, zoals het recht op gezondheid en het non-refoulementbeginsel: het verbod om mensen terug te sturen naar een land waar zij gevaar lopen. Plekken die een veilige haven horen te zijn, zoals een ziekenhuis, worden nu plekken die mensen zonder verblijfsvergunning gaan mijden, met alle gevolgen van dien. Dat is onacceptabel.
Angst om hulp te zoeken
Meer dan 1.300 zorgverleners ondertekenden tijdens de onderhandelingen een open brief tegen deze wet. Zij waarschuwden voor de gevolgen voor de toegang tot zorg, het medisch beroepsgeheim en de relatie tussen arts en patiënt.
Ook de rol van zorgverleners zelf komt onder druk te staan. Artsen, verpleegkundigen, psychologen en maatschappelijk werkers kunnen worden gedwongen mee te werken aan immigratiehandhaving. Dat leidt hen af van hun eerste taak, de zorg voor hun patiënten, en ondermijnt het vertrouwen dat voor goede zorg onmisbaar is.
In Zweden is dit al werkelijkheid
Wat er gebeurt als zorg en handhaving door elkaar gaan lopen, is in Zweden al te zien. Daar traden in 2025 en 2026 twee nationale wetten in werking. De eerste verplicht medewerkers in de publieke sector om mensen zonder verblijfsvergunning bij de politie te melden. De tweede verplicht publieke zorgaanbieders en overheidsinstanties om contactgegevens door te geven aan politie en justitie. Dokters van de Wereld doet een dringende oproep aan het Kabinet en de Tweede Kamer om dit soort wetgeving in Nederland te voorkomen.
Hannah Laustiola, directeur van onze Zweedse zusterorganisatie: "De gevolgen van dit soort wetgeving, waar wij herhaaldelijk voor hebben gewaarschuwd, zijn niet langer hypothetisch maar voor onze patiënten heel reëel. Steeds vaker bellen zwangere vrouwen ons omdat ze bang zijn om in het ziekenhuis te bevallen. Zij staan voor de onmogelijke keuze: met een pasgeboren baby worden uitgezet naar een land dat ze waarschijnlijk zijn ontvlucht, of hun eigen leven en gezondheid en die van hun kind in gevaar brengen."
De uitvoering bepaalt de gevolgen
De verordening treedt in werking na publicatie, maar de meeste regels gaan pas na twaalf maanden gelden. Een uitzondering zijn de terugkeerhubs: die mogen lidstaten direct opzetten. Daarom moeten lidstaten nu keuzes maken over hoe zij de wet omzetten in nationale regels en praktijk, en daarbij de beschikbare ruimte die er is gebruiken om mensenrechten en gezondheid te beschermen.
Jasper Kuipers, directeur Dokters van de Wereld: "Zorg moet een plek van zorg blijven, niet van controle. Zorgverleners moeten voor hun patiënten kunnen zorgen zonder in de rol van immigratiehandhaver te worden geduwd, en mensen moeten zorg kunnen zoeken zonder angst om te worden vastgezet en uitgezet. Het kabinet moet bij de uitvoering het recht op zorg beschermen."
Wat wij vragen
Wij roepen de lidstaten, en dus ook Nederland, op om bij de uitvoering in ieder geval:
Zorg buiten handhaving te houden. Zorginstellingen, sociale hulpdiensten, opvanglocaties en opvangcentra moeten volledig worden uitgesloten van immigratiehandhaving en migratiecontrole. Zorgverleners mogen nooit verplicht worden om mensen die zorg zoeken te identificeren, te melden of mee te werken aan hun uitzetting. Zorg zoeken mag voor niemand, ongeacht verblijfsstatus, leiden tot detentie, het delen van gegevens voor immigratiedoeleinden of andere negatieve gevolgen.
Het medisch beroepsgeheim te beschermen. Patiëntgegevens en medische dossiers mogen niet worden ingezien, uitgewisseld of gebruikt voor immigratiehandhaving op een manier die het beroepsgeheim, het vertrouwen in de zorg en de arts-patiëntrelatie ondermijnt.
Gezondheid mee te wegen bij elke stap. Vóór detentie, overbrenging of terugkeer moet een individuele beoordeling plaatsvinden van iemands lichamelijke en geestelijke gezondheid, en van het risico op ernstige verslechtering van de gezondheid, schade of gebrek aan essentiële zorg na terugkeer. Tijdens de hele procedure moet onafhankelijke en ononderbroken zorg beschikbaar zijn.