Ze heeft pech op pech op pech. Al jaren staan de chronisch zieke Corry (64) en haar 22-jarige zoon er alleen voor: hij moet voor haar mantelzorgen terwijl Corry niets liever wil dan dat hij zich volledig op zijn studie kan richten. Maar daar is financieel geen ruimte voor. Waar het maar kan bespaart ze; zelfs op de zorg die ze zo hard nodig heeft.

Decennia vol geldzorgen

Al 20 jaar leeft Corry met geldzorgen. Op haar 24e wordt haar reuma zo erg dat ze niet meer kan werken. In de liefde heeft Corry wel geluk, ze ontmoet Martie: ‘We wisten zeker; wij horen bij elkaar. Toen zijn we algauw getrouwd.’ Van zijn inkomen kunnen ze zich samen redden.

Maar in 2007 slaat het noodlot toe. Het verdriet klinkt nog steeds in Corry’s stem als ze vertelt dat Martie overlijdt, en ze met haar dan 2-jarige zoontje alleen achterblijft. ‘Ik kreeg 70% van het minimumloon. Ik had immers zelf nooit iets opgebouwd.’ Met de kinderbijslag en het kindgebonden budget maakt ze er het beste van. ‘Ik heb er alles aan gedaan om hem een goede jeugd te geven. Hij werd al gepest op school omdat hij geen vader had – wat ik zelf nodig had schoof ik voor hem aan de kant.’

Op de dag dat haar zoon 18 wordt, valt er een brief op de mat. ‘Van de gemeente. Mijn bijdrage voor hulp in huis kwam te vervallen: mijn nu 18-jarige en thuiswonende zoon moest vanaf nu maar voor me gaan mantelzorgen.’ Die zorg combineert hij nu al vier jaar met zijn studie – waarvoor hij elke dag uren op en neer moet reizen van een dorpje in Drenthe naar Zwolle. Dat eist zijn tol. ‘Hij liep studievertraging op en is zijn basisbeurs nu kwijt. Ik zou zo graag willen dat hij zich gewoon op zijn studie kan richten.’

Mijn bijdrage voor hulp in huis kwam te vervallen: mijn nu 18-jarige en thuiswonende zoon moest maar voor me gaan mantelzorgen

Besparen op noodzakelijke zorg  

Corry bespaart op alles – ook op zorg die ze zelf nodig heeft. ‘Ik was laatst bij de tandarts. Hij zei dat er wel wat moest gebeuren, maar ik heb nog maar 100 euro vergoeding over. Maar wat ik nu niet behandel, is volgend jaar weer erger geworden.’ Hetzelfde geldt voor fysiotherapie, voor Corry essentieel vanwege haar reuma. ‘Ik heb de goedkoopste aanvullende verzekering, meer kan ik niet betalen. Dan kan één keer per maand naar de fysio, terwijl ik om de week zou moeten gaan.’  

Als we Corry spreken, is net bekend geworden dat de verhoging van het eigen risico naar 455 euro per maand een jaar wordt uitgesteld. ‘Ik spring een gát in de lucht als dat zo is,’ zegt ze. ‘Ik betaal mijn eigen risico maandelijks, in totaal in tien termijnen. Maar als dat straks van 38 naar 48 euro gaat, weet ik niet waar ik dat tientje vandaan moet halen.’ Ze houdt nu al niets over, legt ze uit. ‘Ik ga expres niet naar de huisarts. Als die me doorverwijst, kan ik dat bloedonderzoek of die specialist toch niet betalen.’  

Ik ga expres niet naar de huisarts. Als die me doorverwijst, kan ik dat bloedonderzoek of die specialist toch niet betalen

Haar zoon krijgt haar zorgen allemaal mee. ‘Hij is een serieuze student en een binnenvetter. Ik probeer het te verbloemen, hem te beschermen, maar in de schoolvakanties is hij veel thuis. Dan zegt hij: “Mam, het is zo moeilijk om te zien hoe je loopt te vechten en struggelen.”’ Voor hem én voor zichzelf probeert ze optimistisch te blijven, niet te gaan klagen. ‘”Kop d’r veur,” zeggen we hier. Ik ben een zonnig persoon en probeer dat te blijven. Het is moeilijk, maar met bij de pakken neerzitten schieten we allebei niks op.’