Bernadet de Prins bezocht eind januari samen met Joop de Vries het vluchtelingenkamp Grande-Synthe bij Duinkerken, waar onder andere Dokters van de Wereld zich inzet voor noodhulp aan vluchtelingen.

"Vanuit Irak ben ik de oorlog ontvlucht, maar ik zit er weer middenin", verzucht de man achter ons. We staan vlak voor de ingang van het vluchtelingenkamp Grande-Synthe. Alles is geblokkeerd door politie en ME. Mannen met walkie talkies lopen druk gebarend heen en weer. Onze file onderweg heeft ons ervan behoed dat we toeschouwers zouden zijn van de schietpartij tussen rivaliserende mensensmokkelaars. Albanese en Syrische smokkelaars strijden om de macht binnen het kamp. Regelmatig escaleert dat, met als piek vandaag vijf gewonden. Welkom in het vluchtelingenkamp van Grande-Synthe! Een blubberige plek met tenten waar inmiddels 3000 mensen onder erbarmelijke omstandigheden leven, voornamelijk Koerden uit Irak en Syrië.

Vuurtjes

Het is guur weer. Langs de weg waar je het kamp binnenwandelt zijn overal vuurtjes. Groepjes mannen scharen zich er om heen. Ze warmen zich, maken thee en chillen wat bij elkaar. De eerste jongens die we spreken drogen hun natte schoenen boven het vuur. Araz, Kewan en Redien zitten inmiddels al twee maanden in dit kamp. Ze hebben elkaar in het kamp leren kennen en trekken samen op. Dat laatste staat symbool voor het gezamenlijk naar Engeland proberen te komen. Iedere nacht zijn ze op stap. Redien is pas zestien jaar, maar ziet er met zijn zorgelijke blik ouder uit. Van hen leren we ons eerste Koerdische woord: 'Guud Legal'. Ze lachen ons net niet uit als wij het proberen uit te spreken.

Bernadet de Prins

Broederschap

Bij de tent van Dokters van de Wereld spreekt Aziz mij aan. In opvallend goed Engels legt hij me uit dat hij in Irak dezelfde camera had als ik. Meerdere malen is hij in Irak met de dood bedreigd om redenen die beter niet naar buiten kunnen komen. Schichtig kijkt hij om zich heen, terwijl hij me dit toefluistert. Onderkoeld vertelt hij dat hij in Irak best beroemd was. Regelmatig was hij op tv. Ook gaf hij les op een kunstacademie. Trots laat hij op z'n smartphone zijn vioolspel zien en horen. "Maar dat wil ik best live horen", reageer ik enthousiast. We ontmoeten elkaar diezelfde middag bij zijn tent. Daar trap ik nog net niet op een dode rat. Aziz is bang dat hij zelfs hier wordt achtervolgd. Hij is hier alleen. No friends, no family. Geen aansluiting bij anderen. Ook doet hij geen poging meer om naar Engeland te gaan. Te uitgeput van de schurft en de angst. Een keelontsteking maakt het er niet beter op. Met zijn droevige ogen vertelt hij dat zijn twee broers in Engeland wonen. "Ze kunnen niets voor mij doen..." Ik moedig hem aan om voor ons viool te spelen. Uit zijn lage tent haalt hij een stevige vioolkoffer. Hij stemt zijn viool, kijkt aarzelend om zich heen, legt aan. Dan keert zijn blik naar binnen toe. Klanken rollen over zijn tent. Vergeten is de blubber, het gemis, de angst, de jeuk. Ik waan me even in een film. Vooral nadat een andere man komt aangesneld en vraagt of ook hij even mag spelen. Ook hij speelt. Op het gezicht van Aziz verschijnt een brede glimlach. Overburen roepen Aziz. Ze gebaren: kom hier spelen. En Aziz speelt. De mannen neuriën mee. Een jongeman slaat zijn handen voor zijn ogen. Is broederschap geboren?

Honden

In een grote tent waar je thee kunt krijgen en waar vrijwilligers iedere dag voor 3000 mensen een maaltijd koken, ontmoeten we Aram, de zeventien jarige Koerd met zijn innemende glimlach. Als ik een praatje met hem begin, blijkt hij een beetje Engels te spreken. Onmiddellijk moet hij voor een aantal mannen vertalen. Rustig vertaalt hij de grove mannengrappen. Vandaag voelt hij zich redelijk. Hij heeft drie maanden gelopen om in dit kamp terecht te komen. Ook hij is hier alleen. Op mijn vraag of hij probeert naar Engeland te komen knikt hij en zegt zacht dat hij het iedere nacht probeert. "Maar het zal me nooit lukken. The dogs know me!" Moedeloos staart hij voor zich uit. Zeventien jaar en dan iedere nacht een confrontatie met honden, die verstopte vluchtelingen in vrachtwagens opsporen. Ik kan het bijna niet bevatten. Als we later op de dag bij de tent van Aziz terugkomen met een slaapzak en een dekbed begint hij te stralen. Nu maar hopen dat hij ons advies om zijn beddengoed buiten te hangen opvolgt. Ik gun hem de nachten zonder onbeschrijflijke jeuk.

"Guud Legal," Araz, Kewan, Redien, Aziz en Aram! Of wel: tot ziens, jongens. Maar dan wel in een betere wereld als in dit vluchtelingenkamp in Grande-Synthe.